“Je kunt het niet alleen en dat moet je ook niet willen”
“Je kunt het niet alleen en dat moet je ook niet willen”
In gesprek met Daisy Fleuren-van Zwieten, POH-GGZ
Samenwerken is voor Daisy geen modewoord, maar een overtuiging. Al acht jaar werkt zij als POH-GGZ in de regio Venlo, waar zij een nieuwe manier van samenwerken heeft geïnitieerd. Een aanpak waarin professionals elkaar actief opzoeken, elkaars expertise benutten en samen optrekken rondom de patiënt.
Vanaf 1 februari start ze in Venray, waar ze is gevraagd om deze manier van samenwerken ook daar verder vorm te geven. Niet met een blauwdruk of een copy-paste uit Venlo, maar door aan te sluiten bij wat er al is. “Elke context en elk persoon vraagt iets anders,” zegt ze. “Dat is juist wat het interessant maakt.”
Waarom is samenwerken voor jou zo vanzelfsprekend?
“Je kunt het niet alleen, en dat moet je ook niet willen,” zegt Daisy zonder aarzelen. “Vragen komen namelijk nooit alleen. Waarom zou je ze dan wel alleen proberen te beantwoorden?”
Volgens haar vragen veel hulpvragen om meer kennis, ervaring en begrip dan één professional kan bieden. “In de praktijk zag ik al snel: veel vragen hebben een lichamelijke, mentale én sociaal-praktische kant. Dat vraagt samenwerking.”
Hoe kreeg dat vorm in Venlo?
“In Venlo kwam er een maatschappelijk werkster spreekuur houden in de huisartsenpraktijk. Zij kon heel goed uitleg geven over sociaal-praktische vragen en wat die betekenen voor iemand. We werden nieuwsgierig naar elkaar: wat doet de ander, waar ligt de expertise? Door samen te werken en van elkaar te leren, kregen we scherper zicht op hoe we elkaar kunnen aanvullen.”
Volgens Daisy vraagt samenwerken iets wezenlijks van professionals. “Je moet willen leren, je eigen ego opzij kunnen zetten en elkaar bewust blijven opzoeken. En daar ook in blijven investeren. Dat gaat niet vanzelf.”
Wat levert die samenwerking de patiënt op?
“Uiteindelijk doen we het hier allemaal voor de patiënt,” benadrukt ze. “Samenwerken betekent dat we iemand beter kunnen helpen. Maar het betekent niet dat we automatisch alle beschikbare zorg en ondersteuning aanreiken aan de patiënt. “Het gaat erom dat we aansluiten bij wat de patiënt zelf wil, bij zijn mogelijkheden en bij wat hij zelf kan. We willen de patiënt ondersteunen om (opnieuw) tot eigen regie te komen, door hem te helpen zijn eigen in- en externe steunfactoren te herkennen en te versterken. De patiënt in zijn vertrouwen zetten – dát is de kern. Om de patiënt daarin daadwerkelijk te bereiken, is soms een andere expertise nodig dan die je zelf in huis hebt.”
Dat vraagt volgens Daisy ook een andere manier van kijken. “Niet denken: Hoe past deze patiënt in mijn straatje? Maar durven kijken naar wat iemand écht nodig heeft. Doorvragen, ook vanuit de ogen van andere expertise. En ook inzoomen op: Wat heb je zelf al gedaan? Wat werkt voor jou? Wat heb je nodig zodat het weer mag gaan werken. Waarbij het ondersteunen, stimuleren en bevestigen vanuit verschillende hoeken kan komen.”
Je loopt vaak voorop in nieuwe ontwikkelingen. Hoe balanceer je dat?
“Ik ben enthousiast en ik loop graag voorop,” lacht ze. “Maar ik heb ook geleerd dat te snel gaan niet altijd gemakkelijk is. Soms lopen dingen dan nog niet zoals ze bedoeld zijn.”
Tegelijkertijd ziet ze het ook als een verantwoordelijkheid. “Iemand moet toch vooroplopen. Zolang je kritisch blijft, eerlijk naar elkaar bent en het belang van de patiënt blijft zien.”
Wat volgens haar níet werkt? “Overleggen om het overleggen. Of denken: we doen dit al zo lang, het gaat toch goed. Dan mis je kansen.”
Je gebruikt soms het verkennend gesprek. Waarom?
“Ik probeer te doen wat in het verkennend gesprek al gebeurt: linkjes leggen, andere expertise benutten, breder kijken,” vertelt Daisy. “Samen met de huisarts kijk ik al vóórdat een patiënt bij mij komt of hij bij mij aan het juiste adres is, of dat misschien een verkennend gesprek of een andere optie meer passend is.” Ze ziet het verkennend gesprek als een verrijking. “Het geeft een patiënt de kans om nog breder te kijken. En echt de verandering bij zichzelf of eigen omgeving te zoeken om een stapje verder te komen.”
Wat drijft jou als hulpverlener?
“Mijn drive is om de patiënt oprecht te gunnen wat hij nodig heeft,” zegt Daisy. “Dat was al mijn motivatie tijdens mijn opleiding: écht geïnteresseerd zijn in de persoon. Als je dat bent, kom je ook bij die persoon uit.” Volgens haar volgt de ‘nieuwe beweging’ daar vanzelf uit. “Als je iemand centraal zet, erken je automatisch dat je niet alles zelf kunt bieden. Dan wordt samenwerking logisch.” Na acht jaar durft ze iets met vertrouwen te zeggen: “Ik mag mezelf een goede hulpverlener noemen. Juist omdat ik niet alles zelf weet.”
Wat neem je mee naar Venray?
“Niet om daar precies hetzelfde te doen wat ik in Venlo heb gedaan,” benadrukt ze. “Venray heeft een andere context, andere doelgroepen, andere vragen. Daar wil ik bij aansluiten.”
Wat haar energie geeft? “Nieuwe mensen ontmoeten, zien hoe zij het doen, samen ontdekken wat werkt. Dat is waar ik enthousiast van word.”
En uiteindelijk komt alles weer terug bij die ene kern: “Als we de patiënt écht gunnen wat hij nodig heeft, dan volgt samenwerking vanzelf.”